• Home
  • Kapas Turtle Valley
  • Mijn foto pagina’s
  • Vakantie 2009
  • De naam
  • H.J. Waleson
  • E.M. de Bruijn-ter Denge Memorial Fund
  • Dr. J.H. de Bruijnprijs 2009 (reglement)
  • Dr. J.H. Bruijnprijs 2004
  • Reis naar de A-B-C- eilanden
  • Reisverslag Kenya
  • Reisverslag Maleisie 2005 (under construction)
  • Reisverslag Maleisie 2006
  • Hr.Ms. De Ruyter C-801 (11-5-64 - 29-7-66)
  • Wij waren toch helden!!!

10

Feb

Reisverslag Kenya

Posted by admin  Published in

4

1999 eind augustus, we gaan 23 dagen naar Kenya op safari.
We bezoeken Nairobi - Masai Mara - Lake Nukuru - Amboseli - Tsavo-West - Tsavo-East - Mombassa - en het schitterende Pili Pipa eilandje

Het is rond het middaguur en het KLM toestel, een B-767, zit bijna vol.
Het wachten is op het vertrek, en daar klinkt door de intercom de stem van de gezagvoerder met de mededeling dat het toestel enige vertraging heeft van technische aard.
Er komen mannen, gekleed in blauwe overals, de cabine binnen en gaan naar de achterste toiletten. Ik denk:”Die hebben een hoge nood” Even later volgt de gezagvoerder die een babbeltje met de monteurs maakt. Ik hoor hem zeggen: “Ik vertrek niet met een volle bak en een defect toilet” Dat klinkt goed en ben het helemaal eens met zijn beslissing. Na enige tijd gaan de monteurs van boord en kan het toestel vertrekken met bestemming Nairobi.

In de avond landt het toestel op de luchthaven van Nairobi en lopen we naar de transportband om de koffers op te halen. Dat viel even tegen, de koffers van ons, en nog een echtpaar, waren niet aanwezig. Ik liep door een rubberen flapdeur om te vragen of er nog bagage onderweg was. Ja hoor! daar kwam een oude tractor met een karretje erachter plus de koffers. Snel naar het gereedstaande busje gelopen en in een donker en regenachtige avond naar het “Mayfair Court Hotel” gereden. Hier blijven we slechts één nacht en gaan de volgende ochtend vroeg weer op pad richting het “Sarova Mara Camp”.

Nairobi de hoofdstad van Kenya gelegen op een hoogte van zo’n 1600 meter. Eens een basiskamp voor de spoorlijn van Mombasa naar Uganda (1899). De hier verblijvende arbeiders noemde deze plek ook wel camp “Mile 327″ Later kreeg deze plek de naam “Eweso Nai’bere”
De stad ligt bijna op de evenaar maar gezien de grote hoogte boven sea-level kan het hier in de avond/nacht aardig fris zijn. Overdag was het 25 graden, een heerlijke temperatuur.
Aangekomen in het mooie historische hotel “Mayfair Court” proberen we nog wat te eten en maken kennis met een viertal jonge dames die ook deze safari gaan maken. . Er zullen er wel meer zijn maar dat zien we de volgende dag wel weer. De open haard brandt en geeft een heerlijke warmte, buiten is het klam, kil en vochtig en dat op de evenaar. Op onze kamer aangekomen eerst onze koffers overpakken in een grote reistas, daar we de koffers in het hotel achter kunnen laten. We nemen alleen het hoog nodige mee voor de 10 daagse reis. Dat we dit beter niet konden doen ontdekten wij later….De koffers zullen later in de week met een auto vervoerd worden naar het 450 km verder gelegen Mombassa werd ons verteld… maar…..?????

Na een rustige nacht vroeg uit de Keniaanse struisvogel veren en eens genieten van een heerlijk ontbijt. Om naar het restaurant te gaan moet je eerst door de tuin en zit je op dit vroege tijdstip aardig te bibberen achter een “English breakfast”. Ik geef onze koffers af aan een statige grote Kenyaan gekleed in koloniaal Engels tenue. Om een uur of acht komen de drivers met een tweetal kleine busjes ons ophalen. We maken kennis met de rest van de groep die uit 12 personen bestaat.
Onze gidsen voor de komende dagen zijn Douglas, de chief, en Abeid Omar Abeid, voor ons gewoon Omar.
Een gezellige club bij elkaar. Per busje zes personen dus ruimte over. We verlaten Nairobi en volgen de highway naar het zo’n 260 km ( 5 uur) verder gelegen in het Masai gebied.
Na een korte tijd stoppen we bij een handycraft fabriekje…Tja wat moet je hier in het begin van je vakantie, je wilt wilde beesten zien en geen tafeltjes en andere kunstig uit hout vervaardigde mini olifantjes en nijlpaarden.

50Even verder zien we de eerste Giraffen en zebra’s in de groene savannes grazen, prachtig gezicht. De snelweg is redelijk goed te berijden er zitten nog wel eens wat grote gaten in het wegdek. Er is erg veel vrachtverkeer, veelal erg oude vehicles die dan ook regelmatig met een kokende dieselmotor langs de weg stilstaan. Dat deze oude rammelkasten onderweg het een en ander verliezen, zelfs banden, is weer brood voor de ander. zo kom je langs de snelweg kleine kraampjes tegen waar je bumpers, wieldoppen bouten en moeren enz. kunt kopen.
Wat opvalt is dat je ontzettend veel mensen ziet lopen langs de snelweg al dan niet voorzien van een lading takken,stro en meer van dat soort lading. Je vraagt je af waar het allemaal naar toe gaat.

Het Masai Mara gebied ligt ongeveer 200km ten westen van Nairobi het is een uitloper van het Serengeti park in Tanzania. Tijdens de grote trek (augustus/september) komen hier vele honderd duizenden Gnoe’s (wildebeesten) en andere grazers zoals zebra’s, giraffen, impala’s, neushoorns en diverse gazellen. Als deze dieren trekken zijn er ongetwijfeld ook de grote rovers in de buurt zoals leeuwen, luipaarden, hyena’s en de opruimers zoals gieren, maraboe’s enz. Tja! wat wil je met zo’n grote supermarkt in de buurt.

De weg voert ons langs Narok en Ewaso Ngiro richting Cottars Camp even te noorden van Sarova Mara Camp. De weg is slecht en hobbelig. Zoals vele binnenwegen in Kenia bestaat deze weg uit zand, vaak rood van kleur erg stoffig en vol met ribbels (men noemt dit ook wel -corrugation- ) en kuilen, net alsof je over een wasbord rijdt.

13We maken een stop bij een Masai dorpje (Manyatta). Masai zijn veefokkers die runderen, schapen en geiten houden.
Dit mooie volk heeft een sterke band met hun tradities. Vee en kinderen bezitten ze in grote getale wat zij volgens hun geloof van hun god Enkai hebben gekregen. Ze gaan zuinig met deze bezittingen om. De runderen zijn er voornamelijk om hun melk en bloed voor het dagelijks voedsel. De huiden dienen voor beddegoed en schoeisel. Ze kleden zich veelal in rode lange mantels die zij los om hun lichaam dragen, enerzijds als bescherming tegen de kou en anderzijds tegen de warmte overdag.
Je komt ze in bijna heel Kenya wel tegen en hebben altijd een lange stok in de hand.
De Masai wonen in een kraal (Enk’ang)
We ruiken een penetrante mestgeur veroorzaakt door de koeienstront die overal ligt. De vrouwen bouwen de iglovormige hutten van takken en stro die ze met koeiemest en modder bedekken.
De woongemeenschap (compound) is omgeven met een sterke haag van doornstruiken en elke avond worden de dieren in deze omheinig gedreven.
We maken kennis met deze vrolijke mensen en vragen aan een groepje vrouwen of we ook eens in het huisje mogen gluren. We moeten gebukt door de opening en zien dat het hutje verdeeld is in drie afzonderlijke ruimten. Een slaapplaats voor de ouders en een voor de kinderen en klein vee. Ook is er een ruimte om te koken, er brandt een vuurtje en het hele handeltje staat vol met rook dat via allerlei openingen en kieren een weg zoekt naar buiten.

We maken een aantal foto’s en film nog een Masai-krijger van dichtbij om het gaatje in zijn oren, nou ja gaatje!!!! je kunt er wel een opgerolde krant insteken, zo groot. Normaal klapt hij het lel over de bovenkant van zijn oor maar voor mij haalt hij het even naar beneden. We moeten er samen hard om lachen. Aardige man.
Er komen een viertal Masai naar ons toe en willen wel eens een sigaretje proberen.

3We geven een der mannen een strootje en deze haalt de rook net even te diep in, had hij niet moeten doen! Hoestend en naar frisse adem snakkend lag hij op de grond (koemest) te rollen en te blazen. Z’n maten maar lachen dat was dolle pret…
Masai kinderen, opgesteld in een lange rij, zingen voor ons een liedje en na afloop, weer een ervaring rijker, gaan we verder.

Na een rit van zo’n 260 km komen we uiteindelijk aan in onze lodge gelegen in de uitgesterkte wildernis. De temperatuur is gemiddeld 26 graden alhoewel in de vroege ochtend het behoorlijk kil kan zijn. Deze lodge ziet er perfect uit en heeft ook een zwembad. We checken in en gaan naar onze tent. Deze ziet er ruim en schoon uit wat een pracht we kijken uit op een meertje waar vele exotische vogels en vlinders te zien zijn. Een ijsvogeltje met prachtige blauwe kleuren zit voor ons op de brugleuning mooier kan het niet. In de vooravond gaan we onze eerste drive beginnen. Even buiten de lodge zien we de eerste Giraffes al lekker smullen van de boombladeren. Even verder komen we een groep olifanten tegen. Wat ons opvalt is de serene rust in dit gebied er is geen wind en de natuur is doodstil zoiets kom je in ons landje niet meer tegen. Was dit eens het paradijs? Maar de schijn is bedriegelijk het is een keihard bestaan en doden om te overleven is hier aan de orde van de dag. Om ons heen vele overblijfselen van gedode dieren, groot en klein.  22

In de verte wordt de lucht donker er is een zware regenbui op komst. We vervolgen onze trip en als het bijna donker wordt en de eerste bliksenschichten aan de horizon zichtbaar zijn gaan we hongerig terug naar de lodge. Het eten is er perfect en krijgen s’avonds nog een show van Masai dancers te zien. Moe en voldaan, boordevol van de eerste indrukken gaan we naar onze tent, het lijkt wel een scene uit de beroemde film “Out of Africa”.

Vroeg in de ochtend weer een game-drive het is fris en bewolkt. De nacht hebben we goed geslapen en af en toe een donderklap gehoord. Apen in de hoge bomen maken ons wakker door hun geschreeuw, een betere wake up call kun je niet hebben. Tijdens deze drive zien we weer tal van dieren zoals giraffe’s, olifanten, zebra’s, thompson gazelles.

Na de drive terug naar de lodge om eens lekker een stevig ontbijt te nemen. De rest van de ochtend vrij om te wandelen of te zwemmen. We maken een wandeling langs het meertje en zien vele vogels en vlinders, hoog boven ons cirkelen enkele ooievaars rond. Terug bij onze tent zien we nog net dat een brutale aap uit de tent van de buurman een pak met koek heeft gestolen. Hij gaat voor ons in de boom zitten maakt heel wijs het pak open en gaat ontbijten, helaas van korte duur n.l. een der parkwachters heeft hem door en gaat met veel geschreeuw achter de snel vluchtende aap aan. Veel zal het niet helpen.
In de namidag maken we onze laatste drive en hebben bijna The Big Five t.w. Olifant, Buffel en Leeuw in grote getale mogen aanschouwen. We staan bijna letterlijk midden in een grote kudde gnoe’s waarvan enkele jonge soortgenoten. De dieren zijn erg onrustig zelfs de aanwezige zebra’s kijken onrustig om zich heen. Omar zegt ons dat er mogelijk leeuwen in de buurt zitten. Door het lange dorre gras zie je deze dieren pas op het laatste moment. We wachten af en zien geen leeuw maar een Cheetah sluipend richting kudde. Wat we toen zagen was bijzonder, alle gnoe’s liepen langzaam snuivend in de richting van de rover en gaven hem geen kans dichterbij te komen. De cheetah stond even stil keek om zich heen en vertrok in de richting van het struikgewas. Volgende keer beter.
De zon zakt en zien een leeuw langs het pad liggen hij gaat geen meter opzij, gelijk heeft ie.

17De avond wordt besloten met een optreden van een groep Masai dancers. Wat kunnen deze lange mannen hoog springen.
 
De volgende ochtend verlaten we het Sarova Mara Camp (Mara is de naamde rivier die door dit gebied stroomt) en gaan weer via stoffige wegen richting de snelweg A-104 (Mombassa -Nairobi-Uganda) naar onze volgende stek het “Sarova Lion Hill Camp” ongeveer 160 km noord-west van Nairobi. Onderweg maken we een stop bij een restaurantje om in de nodige behoefte te voorzien en wat rond te neuzen in een handycraft fabriekje. Hier wordt prachtig houtsnijwerk gemaakt en verkocht. Alles is volgens de makers natuurlijk van Ebbehout maar schijn bedriegt. Kleine jongetjes poetsen de hele dag de beeldjes met een of ander schoensmeer-achtige pasta dat het hout de mooie zwarte kleur geeft. De verkoper zegt dat het Ebbehout is en vraagt een hoge prijs. Ik pak een beeldje en maak met mijn zakmes aan de onderzijde een krasje meteen komt er een lichte houtsoort te voorschijn, dus nep Ebony hij ziet dit en glimlacht, meteen gaat de prijs voor de helft naar beneden. Ebbehout is een zeldzame houtsoort met een iets hogere massa dan water, het zal dus in een bak water gaan zinken. Deze houtsoort is bijna zwart van kleur en zwaar, is duurzaam en scheurt niet. Voor echt Ebbehout handwerk betaal je ook een hoge prijs.
Er komen een aantal kleine kinderen aangerend en blijven op afstand verlegen kijken naar die blanke indringers. We geven ze snoepjes en wat teken/schrijfmateriaal wat we hebben meegenomen uit Holland. Ze nemen het aan en al zwaaiend met de handjes en -asante sana!!!- roepend, maken ze dat ze weg komen. Verderop een paar jongetjes met uit ijzerdraad en stalen stangetjes zelfgemaakte auto’tjes. Deze zijn op het stuur voorzien van een lang verlengstuk zodat de kleine mannetjes, al lopend, de wielen kunnen draaien en ” broemend” met deze vernuftige bouwseltjes spelen.

In de middag arriveren we in het “Lion Hill Camp” gelegen aan het prachtige alkalische “Lake Nakuru”. We worden direct welkom geheten door een grote groep -warthogs- wilde zwijnen die vlak voor ons met het staartje in de lucht de weg over rennen. Ik moet denken aan Pumba uit de film “Lion King”.
Het resort bestaat uit ongeveer 65 chalets die allemaal uitzicht bieden op het beneden gelegen meer. Voor Ornithologen een prachtige plek om de vele vogels zoals: roze flamingo’s, pelikanen, eenden te spotten. Hier vindt je ook de mooie zwart/witte colobus monkey’s ook wel de bisschopsapen, luipaarden en rino’s en de vele brutale bavianan.

Tijdens onze drive zien we een dode gazelle in een boom hangen. Omar staat direct op de rem, hier moet dan ook een luipaard in de buurt zitten zegt hij. Allemaal zijn we stil en turen in de struiken en bomen.
Door het dichte struikgewas zien we een horizontale dikke boomstam met daarop een volgevreten luipaard die lekker ligt uit te buiken na zijn maaltijd.
Camera’s klikken en we zijn onder de indruk van dit schouwspel. We gaan verder en rijden langs hoge dorre bomen met takken laag over het rijpad. hier hangt tussen de takken een uitgedroogde half opgevreten baviaan. De dader ligt verderop….

48We komen weer bij het meer en zien daar de velel duizenden flamingo’s, pelikanen, ooievaars, aalscholvers, reigers en mooie eenden. Allemaal druk met het zoeken naar voedsel w.o. de tilapia vis en de vele kreeftjes. We stappen uit en wandelen langs de oever en zien daar vele skeletten van allerlei prooien liggen. Ik zie wat liggen en het blijkt een zo juist overleden insect te zijn. Vraag aan Omar wat dit is en hij zegt: “een Lucanidae” voor ons een vliegend hert. Een bedreigde en daardoor ook beschermde diersoort. Leg dit lijkje vast op video en vergeet er een foto van te maken.
We vervolgen onze trip en zien in de verte in de groene grasweiden langs het meer een reusachtige neushoorn. Omar rijdt er heel voorzichtig heen en nadert het gevaarte tot op enkele meters afstand. Het kolos draait zich om en kijkt naar ons. We staan werkelijk oog in oog met dit gevaarte. Er gaat een rilling door mij heen en moet er niet aan denken als hij een run neemt en het busje met gluurders op zijn hoorn omver gooit. Het dier heeft een goed ochtendhumeur en graast verder.
Na deze mooie drive weer terug naar de lodge om te genieten van deze mooie dag. We besluiten de avond met een heerlijk diner en nemen nog een slaapmutsje.
Nog maar een paar dagen in Kenya en nu hebben we -The big five- al mogen aanschouwen, volgens Omar zijn we “Lucky people”.

Vroeg in de ochtend weer op pad via de highway richting hoofdstad Nairobi. Het wordt een lange dag en Omar maakt zich zorgen of hij wel voor zonsondergang in het Amboseli Serena lodge kan zijn. Deze lodge ligt aan de voet van de Kilimajaro berg. Maar zover zijn we nog lang niet

2We rijden door het Rift Valley gebied, deze vallei eens miljoenen jaren geleden ontstaan uit de z.g. Grote Slenk, een brede kloof die begint in het noorden van Israel en loopt door het Jordaandal via de Dode zee en Rode zee naar Mozambique. Een gebied aan de ene zijde zeer vruchtbaar en aan de andere zijde erg droog is. Kenmerkend zijn de grote zoutmeren en uitgewerkte vulkanen en waterbronnen. Op een hoger gelegen plek zijn we gestopt om de diepe kloof te kunnen aanschouwen.

We naderen Nairobi en gaan eerst onze lunch nuttigen in het wereldberoemde “Carnivore restaurant”
In het restaurant maken we kennis met een groot aantal koks die achter reusachtige BBQ’s vele soorten vlees aan het grillen zijn. Hier kun je bijna alle vleessoorten proeven van de dieren die we tot nu toe in levende lijve hebben mogen aanschouwen in de wildernis. Beetje bizar maar het hoort erbij.
Bij de ingang staat op een groot menubord het volgende: Potato’s - beaf - pork spare ribs- chicken gizzards and livers - lambchops - zebra - hartebeest - giraffe - ostrich - en crocodile. vooraf een bordje tomaten- of pumpkinsoup. Als dessert is er deze dag icecream - pineapple pie - brandy snaps - strawberries - cheese cake - koffie, thee. Als laatste een reusachtige sigaar voor de mannen maar daar moet wel flink voor betaald worden.
Ik heb van alles een klein stukje geproefd maar weet nog steeds niet wat het verschil tussen een zebra en een giraffe is. Gelukkig maar! en weer een ervaring rijker. Voor de vegetariers is hier ook genoeg te eten en komen niets te kort.

De drivers hebben een probleem (het gaat om sleutels) en Omar moet eerst met ons naar het safari main office in de stad. Dat hebben we geweten wat een drukte en chaos. Alles loopt-fietst en rijdt door elkaar heen. We moeten de ramen dichtdoen want hier heet het “Nairobbery”. Het komt regelmatig voor dat er een hand door het open raam naar binnenkomt en er een ketting of fototoestel verdwijnt. Probeer die dan maar terug te krijgen in die mensenmassa.
We verlaten de rommelige stad en gaan via Highway 104 door Isinya - Kajiado - Libisil naar het plaatsje Namanga aan de grens met Tanzania, een afstand van 180 km. Het is niet groot en heeft ongeveer 5500 inwoners. Ook hier een drukte en rommelig geheel. De huisjes zijn van hout al dan niet voorzien van gekleurde golfplaten met reclame teksten erop. Ik probeer te filmen uit de langzaam rijdende bus. Vele bewoners, vooral vrouwen, stellen dit niet erg op prijs. Enkele kilometers voor Namanga maken we nog een stop bij de zwarte rotsen genaamd “Oi-Doinyo Orok”. We moeten wachten op toestemming en formulieren die benodigd zijn om het Amboseli National Park binnen te mogen rijden.

We lopen wat rond en drinken een frisse cola. Verderop een handycraft shop waar ik een mooi beeldje zie staan van een Rino. Na een stevige onderhandeling wordt ik uiteindelijk eigenaar van dit mooie souvenir dat nog steeds een plaats heeft op onze kast

Omar en Douglas worden een beetje nerveus, halen we het wel voor zonsondergang? Het is immers nog 55 km naar “Amboseli Serena Lodge” en de mudroads zijn van rood stoffig zand vol met kuilen en ribbels, dat schiet niet op.
We krijgen toestemming en gaan in het dorpje linksaf bij het custom office (Namanga gate) richting Serena- lodge.
34Omar rijdt zo snel als het kan, plotseling staat hij op de rem er steekt een grote struisvogel over. Het beest is donkerrood van kleur, dat komt omdat hij in het rode zand heeft gelegen: “volgens Omar”.

Tussen de droge struiken zien we een kudde bruine koeien van het droge gras grazen, begeleidt door een aantal jonge kinderen, ik schat ze op een jaar of 10-14. Het is een merkwaardig en ook een beetje angstig schouwspel om deze kinderen, alleen bewapend met een stok/speer, de kudde te zien hoeden. Eens heb ik gelezen dat de Masai de leeuwen niet vrezen, want de mens is geen natuurlijke prooi. De jonge herders beschermen de kudde tegen de leeuwen. Mooi verhaal maar wij blijven wel in de auto…..

Het wordt al bijna donker en de rode ondergaande zon schijnt op de cumulus bewolking in de verte. We hebben het mis dit zijn geen wolken maar de met sneeuw bedekte toppen van de majestueuze Kilimanjaro, de hoogste berg van Africa net over de grens in het buurland Tanzania (5950mtr.) Een indrukwekkend gezicht.
Er ligt een dode civetkat vlakbij de auto als we in het donker arriveren.
We checken in en gaan naar onze uit rode steen gebouwde huisjes, de kamers zijn klein maar van alle gemakken voorzien. De huisjes hebben een rode kleur en ronde constructie wat doet lijken op de Masai manyatta’s (hutten). We nemen een douche en kleden ons om, gaan dan met tassen en kleren naar buiten om dit alles te ontstoffen/zanden. Alles maar dan ook alles zit onder het rode stof. Gelukkig had ik mijn foto en video camera in een z.g. sealed plastic bag opgeborgen.
Na het diner en een borrel gaan we nog genieten van de vele dieren die vlak langs de lodge naar de, even verder gelegen, drinkplaats gaan. Bekaf vallen we in slaap.

We zijn weer vroeg wakker het schemert nog en maak maar eens een wandeling door de lodge. In het restaurant zijn de obers druk bezig met het opmaken der tafels. Ook zitten er veel apen op een scheidings muurtje. Plotseling geeft een der apen een gil, hij maakt dat hij wegkomt en grijpt naar zijn bil. Één der obers heeft een katapult en schiet de aap een klein steentje tegen zijn r….. Door de reactie van het slachtoffer zijn ook de andere apen hem maar gesmeerd en blijven op afstand staan kijken. Grappig gezicht.
Ongemerkt loop ik het camp uit en sta in een uitgestrekte grasvlakte met struiken en acacia bomen. Er loopt een grote kudde olifanten op misschien een honderd meter voorbij, wat is dit mooi! Je bent werkelijk één met deze mooie natuur. Er komen een paar Masai mannen in hun rode mantels en lange stok in de hand aangewandeld en probeer een praatje met ze te maken, ze lachen maar wat en een der krijgers maakt met een stokje zijn tanden schoon. Het stokje lijkt wel wat op het zoethout wat wij kennen, met het gerafelde uiteinde blijft hij maar poetsen en ik moet zeggen dat deze -vogel- een perfect mooi gaaf en wit gebit had. Ik geef ze wat geld en met een vriendelijk “asante”sjokken ze verder. Er komt een bewaker (Askari) aan en maakt mij duidelijk snel terug te gaan naar het camp.

Na het ontbijt gaan weer een drive maken en komen bij een modderpoel als snel een groep nijlpaarden tegen, even verder staat een aantal hyena’s. Op een drooggevallen eilandje in het meer ligt nog een hyena heerlijk uit te buiken in de ochtendzon. Ik maak wat lawaai, de veelvraat draait zich om en gaat verder met luieren.
Bij dit meer komen we ontzettend veel vogels tegen zoals de witte reiger, ibis, ooievaar, en flamingo. Het grappig om te zien hoe ze met hun poten de grond losmaken en zo hun buit vangen.
We horen gekrijs van een vogel achter ons en zien dat een der hyena’s een reiger te grazen neemt. Hij heeft het beest in zijn bek en je hoort zijn botten kraken en dan wordt het stil, ook bij ons.
We rijden verder door deze enorme vlakte met in het zuiden de Kilimanjaro die slechts enkele uren in zijn totaliteit zichtbaar is. Dan komt er bewolking en verdwijnen de toppen uit het zicht.
Passeren nog en grote kudde buffels met hun machtige koppen en komen dan oog in oog te staan met een enorme olifant die recht op ons afkomt. Omar zet de dieselmotor af en het is stil, heel erg stil. Het beest loopt enkele meters voor ons langs en gaat verder. Uit twee klieren op de slaap en wangstreek zien we een vloeistof uit de machtige kop lekken. Dit is een onwelriekende vloeistof die men ook wel “must”noemt en voornamelijk tijdens de paartijd vrijkomt. De bul kan dan een agressief karakter vertonen. We krijgen er kippenvel van… wat een kolos.33

De volgende dag weer vroeg op pad en verlaten de vlakte van Amboseli. Langzaam wordt het terrein heuvelachtig De zandweg verandert in een zwarte gravelweg veroorzaakt door het vulkaangesteente. Er lopen vele giraffen, olifanten, diverse soorten gazelles enz. rond. We zijn onderweg via Kimana naar Kilaguni camp gelegen in Tsavo-west N.p. Een der oudste wildparken van Kenia. Al klimmend en dalend rijden we langs het Chyulu Gebergte een vulkanisch gebied. We stoppen in een ruig gebied waar de aarde op vele plaatsen scheuren vertoont lijkend op een maanlandschap. Langzaam hobbelend en stotend over keien , door gaten en kuilen komen we in de middag aan bij “Kilaguni Camp”
De kamers zijn eenvoudig en vlak voor het slapen gaan komt er een medewerker met een spuitbus de hele kamer inclusief de klamboe inspuiten met een of andere anti-muggen-spray. Deze lodge heeft een open gallerij waar je s’avonds heerlijk kunt genieten, van de vele dieren die hier in het schijnsel van het licht hun dorst komen lessen, krijgen wij ook dorst en bestellen maar een een koud Tusker-biertje.
We zien diverse groepen olifanten, en vele gazelles, buffels enz. langstrekken. Ook het kleine gedierte is volop aanwezig zoals de dik-diks en vele prachtig gekleurde lizards.
Het ontbijt in de vroege ochtend om nooit te vergeten, heerlijk genietend van je breakfast komen de eerste giraffe’s naar de poel om te drinken. Dit is voor zo’n dier een waar ritueel, voordat het kan gaan drinken spreidt hij/zij heel voorzichtig -altijd waakzaam om zich heen kijkend- de lange poten, anders lukt het niet om met de kop bij het water te komen.
Even later naderen enkele hartebeesten en antilopen. gevolgd door de vele pelikanen, maraboe’s en de parmantig stappende en reptielen etende secretarisvogels. Je raakt hier niet uitgekeken.
Het water van het Chyulu Gebergte stroomt via ondergrondse rivieren naar deze bronnen, hier komt het vele water aan de oppervlakte en maakt de omgeving prachtig groen van kleur. Een groot deel van het water uit deze bronnen gaat via pompstations en leidingen naar Mombassa voor de watervoorziening aldaar.
Het dorre landschap verandert langzaam in het groen. Enkele zebra’s galopperen langs ons heen, grote stofwolken achterlatend. We naderen een grote beek/poel. Aangekomen bij het smalste stuk van de poel gaat Douglas met zijn wagen als eerste door het ondiepe water. Omar volgt maar hij stopt. Via de kortegolfzender horen we de markante stem van Douglas in het Swahili taaltje met Omar praten. We rijden weer en stoppen voor de tweede keer. Omar is duidelijk niet op zijn gemak. Dan rijdt hij voorzichtig naar beneden het water in geeft gas en rijdt weer tegen de steile kant omhoog. Hij stuurt de auto naar rechts en stopt weer. Dan zien we waar hij bang voor was. In de poel, net voorbij het struikgewas, liggen een tiental reusachtige nijlpaarden te soppen en belletjes te blazen. Hier wordt je wel even stil van, wat een spannend en mooi moment was dit.61

We rijden verder en zien vele prachtige vogels en lizards in de bomen. In het water aan de overkant ligt een krokodil te wachten op een maaltijd.We rijden verder en komen nog vele leeuwen tegen die in de schaduw van de acacia’s beschutting zoeken tegen de felle middagzon. Bij een poel zien we een groep ganzen en als we ons omdraaien vlucht er een stoffige struisvogel tussen de dorre struiken weg. s’Avonds weer terug in de lodge en genieten in het licht van de schijnwerpers van de vele dieren die hun dorst komen lessen. Een mooie afsluiting van deze dag.

We verlaten Tsavo-west en al hobbelende gaan we richting Tsavo-East. Deze twee gebieden worden gescheiden door de snelweg van Mombassa naar Nairobi en Uganda. Het mooie heuvelachtige landschap maakt plaats voor een grote dorre vlakte met wat struikgewas en de vele termietenheuvels en reusachtige Baobab bomen. Tsavo East is grotendeels een voor toerisme verboden gebied.

We rijden een stukje langs de snelweg en passeren de groene vlakte een gevangenis. Buiten de gevangenis liepen een aantal minder zwaar veroordeelden (volgens Omar) nog in de traditionele blauw/wit gestreepte kleding rond. Als je het mij vraagt lopen de zwaar gestraften ook nog met een ketting en kogel aan de enkels, maar die hebben we niet gezien. Ergens langs de kant van de weg staat een oude zware vrachtauto scheef in de berm. Op de grond liggen onderdelen van een dieselmotor in het stof. Hier wordt hard gesleuteld om de zaak weer aan de -praat- te krijgen. Ook hier weer vele lopers/fietsers langs de weg beladen met van alles en nog wat. We minderen vaart voor een zwart rokende vrachtauto voor ons, het is druk en achter die auto zien we waarempel een wielrenner op een prachtige racefiets zijn trainingsrondje aan het maken. Het voorwiel enkele meters achter de grote stalen bumper van de auto voor hem….wonderlijk gezicht. In dit land val je van de ene verbazing in de andere.

We verlaten de highway en gaan weer over op de hobbelroute door het rode zand. Ook hier weer vele leeuwen die soms midden op de weg hun dutje doen. Even verder bij een plas modder ligt een luipaard die er niet over denkt aan de kant te gaan. Het is zijn tuin en wij gaan er maar omheen. En zo denken ook de leeuwen.
Uiteidelijk komen we aan in het prachtige “Satao Lodge”. Deze lodge staat geheel vrij in de jungle er is geen hek of andere afrastering omheen en dat maakt het erg spannend.

69De tenten staan op een verhoging van steen en wij krijgen de meest afgelegen tent aan de rand van de jungle. Voor ons een waterpoel waar we vele bavianen zien rennen. Alles in de tent is van hout en het, door de zon opgewarmde, water voor de douche wordt vlak voor het donker aangevoerd met een oude trekker voorzien van een watertank. Men pompt dit in een kleine voorraadtank in onze douche-cabine.
Het restaurant ligt enkele honderden meters verder en tijdens het loopje van en naar deze plaats krijgen we een bewaker mee, voorzien van grote zaklamp en een geweer. Je weet nooit. s’Avonds wordt er bij het grote kampvuur een BBQ gehouden, de waterpoel is verlicht met een hoge schijnwerper op een paal

Om ons heen zitten de bewakers en schijnen af en toe met hun sterke lampen in het rond. Dan zien we plotseling een paar Thompson gazelle’s. We gaan genietend verder met onze maaltijd. Even later zeggen de bewakers dat we stil moeten zijn, ze hebben wat gezien en ja hoor! in het licht van de schijnwerper zien we een leeuw vlak voor ons sluipend naar de plek waar de
gazelle’s zojuist nog stonden. We horen geritsel in de struiken en van de gazelle’s is geen spoor meer te bekennen de Lion King moet nog even wachten op zijn boutje. Wat was dit een mooi gezicht om nooit te vergeten.
Na afloop in -donker Afrika- gaan we terug naar onze tent de bewaker gaat mee. Vlak bij de tent staan we bijna oog in oog met een prachtige gazelle zijn ogen glimmen op in het licht van onze zaklampen. We nemen een frisse douche en gaan nog even buiten een sun-downer nemen. De bewaker gaat voor onze tent staan en heeft een deken om zich heen geslagen. Er passeert en kudde olifanten op enkele meters afstand en gaat sjokkend naar de drinkplek, verderop gelegen. De ene kudde komt de andere gaat. Je wilt hier gewoon niet gaan slapen, zo mooi is het.

47Vroeg in de ochtend zijn we al weer wakker en maken een wandeling door het camp, overal lopen bavianen en andere apen. Vlak bij het restaurant een impala en prachtige vogels die zitten te smullen van de overgebleven rijst uit de keuken. Na het ontbijt gaan we weer op pad en komen bij een verlaten dorpje/lodge gelegen aan de oevers van een meertje. Dit dorpje is geheel in handen van een bavianen familie. Overal kom je de brutale bewoners tegen.
Je moet ze negeren en laten gaan dan heb je geen last van ze. Aan de oever en in het water weer de vele vogels, boven in de lucht horen we geklepper, er cirkelt een groep ooievaars boven de bomen.

We vervolgen onze weg en ook hier weer vele leeuwen. Langs het pad een kadaver die nog niet lang daarvoor droevig aan zijn einde is gekomen, de daders zijn gevlucht maar even verder komen we ze tegen… leeuwen.
We rijden verder over de rode stoffige paden met links en rechts termietenheuvels tussen de struiken. In het hoge dorre gras sluipt een leeuwin ze komt vlak langs onze auto. Een klein stukje verder een grote kudde olifanten met vele jonge dieren die parmantig met het slurfje in de lucht tussen de tantes meelopen. Een grote bul staat achteraf te tetteren en te klapperen met zijn reusachtige flaporen, met de slurf hoog in de lucht loopt het enorme dier achteruit.

66

Omar stopt en zegt dat hier wat gaat gebeuren, mogelijk zijn er leeuwen in de buurt. De dieren zijn erg onrustig. Dan zien we de leeuwin weer door het gras sluipen maar niet in de richting van de kudde dikhuiden. Ze heeft haar prooi al gezien en sluipt steeds lager bij de grond in de richting van een tweetal zebra’s die even verderop staan te grazen.
In de hoge acacia boom zitten de aasgieren al op de eerste rang te wachten op wat er mogelijk overblijft…..
Iedereen is stil en gespannen, enkelen onder ons doen de ogen dicht en willen dit niet zien. Dan neemt de leeuwin een aanloop richting zebra’s, deze zien op tijd het gevaar en gaan er als een speer vandoor. De leeuw doet een poging zijn enorme klauw in het achterwerk van de zebra te slaan, maar komt enkele centimeters te kort. Dan is het gebeurt met de energie van de jager en hij staakt zijn aanval. De zebra’s stoppen een tiental meters verder en kijken verschrikt naar de leeuw die langzaam terug sjokt naar het hoge gras. GEMIST!!!! roept iedereen, jammer voor de leeuw ….volgende keer beter. Alleen een stofwolk geeft nog aan wat er zojuist heeft plaatsgevonden.
Voorlopig keert de rust weder, voor hoelang?

Na deze indrukwekkende geame-drive gaan we terug naar het basiskamp, er steekt een giraffe over. We maken ons gereed voor de lange reis naar Mombassa. De reis verloopt voorspoedig alleen krijgen we onderweg nog twee keer een lekke band.

Alles uitpakken even meehelpen en de klus is weer geklaard. Omar heeft behoorlijke brandwonden aan zijn linkerhand opgelopen, mogelijk tijdens het wiel wisselen de hete uitlaat geraakt. Ik pak mijn EHBO-kit en heb toevallig een tube brandzalf bij me. De hand verbonden en weer verder. Onderweg een stop bij een garage om de band te plakken, dat gaat daar nog heel primitief met breekijzers en geweld, plakkertjes en een teil met water

Einde van een onvergetelijke safari door de wildparken van Kenya. We volgen de snelweg en komen langzaam aan weer in de -grote boze mensenwereld- alwaar we nog een aantal dagen (na) genieten van dit deel van onze reis.
We nemen afscheid van Douglas en Omar en bedanken hun voor de fijne dagen die we samen hebben mogen doorbrengen. Het waren niet alleen goede gidsen maar ook zeer goede chauffeurs die ons veilig door kuilen en gaten, tussen en langs het grote en kleine wild hebben geloodst.Toppertje!!!!

Door de drukte van Mombassa rijden we noordwaarts richting Malindi. Enkele kilometers noordelijk van de stad worden we veilig afgezet bij het “Traveller Beach Hotel”
We checken in en vragen waar onze bagage is gebleven, deze zou van Nairobi naar Mombasa gebracht worden. Helaas geen bagage te vinden en niemand kon je helpen. Ik vroeg aan een der medewerkers of zij het hotel in Nairobi wilde bellen met de vraag…..
Dat duurde heel lang en geen oplossing. Dus dik báááálen . Toen zelf maar aan de telefoon en vroeg direct of ik de manager kon spreken, dat kon, en hem de hele zaak uitgelegd. Gaf hem nog een duidelijke omschrijving van de persoon die in dat mooie koloniale uniform (zie boven) zich over onze spullen ontfermd had. s’Nachts hoorde ik iemand op de gang die een papiertje onder de deur schoof. Het was een telegram met de melding dat de barang was gevonden. De volgende dag kwam een chauffeur met onze koffers naar de kamer, de goede man had tien uur gereden met zijn busje….. THANKS!!!

Het hotel ligt prachtig aan het strand van de Indische oceaan. Het nadeel is dat er zoveel handelaren en verkopers met allerlei rommel en nog wat je behoorlijk kunnen lastig vallen. zo probeert de een je reusachtige baracuda tanden te verkopen (die beesten moeten wel erg groot geweest zijn), en even verder probeert een oude vrouw je een hele tros groene bananen in je maag te splitsen, wat moet je ermee. Een ander nadeel is dat het strand bij laag en bij hoogwater zijn beperkingen heeft.

Bij laag water kun je niet zwemmen en bij hoog water blijft er ook niet veel strand over, en zit het vol met flappen zeewier.

78Om de overige dagen een goede invulling te geven boeken we een reisje naar het “Pili Pipa” eiland, gelegen op een afstand van 120 km ten zuiden van Mombasa, vlakbij de grens met Tanzania. (Kisiti Marinepark)
We gaan vroeg in de ochtend met een klein busje eerst met de pont naar Likona en vandaar over een redelijke weg naar Kidima. Van Kidima ga je nog een twintig-tal km over een zeer slecht modderig pad naar Shimoni. Links en rechts van de weg zie je nog rieten hutten. In Shimoni gaan we aan boord van een Dhow. We worden verwelkomt door Selina die samen met haar echtgenoot Harm op het eilandje een restaurant beheren. Onderweg is er gelegenheid om te duiken/snorkelen. Ik ga snorkelen. We zien vele dolfijnen vrolijk om ons heen zwemmen. Ik wordt op mijn schouder geklopt, een van de bemanningsleden zwemt met mij mee en vertelt dat er op de bodem in het zand een -Crocodile fish- te zien is, nog nooit van gehoord. Dus met hem mee, hij gaat naar beneden en wijst mij het beest aan. Op de bodem in het zand zie ik inderdaad een gedrocht liggen met een platte krokodillen bek. Boven op zijn kop een tweetal ronde ogen. Het beest heeft mooie schutkleuren en beweegt alleen zijn ogen en grote vinnen aan de zijkant waar het zich mee verplaatst. Prachtig gezicht.

Na deze mooie tocht komen we bij het eilandje en gaan in kleine roeibootjes naar de wal. Daar worden we verwelkomt door Harm en een milipede (Mombasa-express) een z.g. duizendpoot die je veel in Kenya tegenkomt. We maken kennis met het personeel van het restaurant en krijgen later een heerlijk zeebanket aan geboden. Wat een dag….

Na deze heerlijke maaltijd even op een der bankstellen uitbuiken en een wandeling door het dicht begroeide eilandje gemaakt. Het is intussen weer hoogwater geworden en we gaan bij een kleine steiger weer a/b van een kleine bootje dat ons weer naar de Dhow terugbrengt. We varen weer naar Shimoni en wachten op het busje (komt zo!) De plaatselijke jeugd is aan het voetballen met een zelfgemaakte bal van plastic zakken omspannen met stukken auto-binnenband. Vindingrijk volkje.

Laat in de avond zijn we weer terug in ons hotel, moe en voldaan van deze mooie dag.
We vullen de komende dagen in met het zonnen-zwemmen en maken nog enkele uitstapjes naar o.a. het in de buurt gelegen natuurpark/vlindertuin nabij Bamburi beach. Beslist de moeite waard hier de vele vlinders en vogels, o.a. de wevervogel, te aanschouwen. Het gehele park ligt in een oud koraal gebied waar het water van de Indian Ocean eens een hoogte had van 8 meters. De volgende dag nog met een klein bootje een vaartocht gemaakt naar Mtwapa Creek nabij Kashani. Komende van zee vaar je de creek binnen en zie je de mooie jachten aan privé steigers afgemeerd liggen. Ook de villa’s zien er toppie uit. Past eigenlijk niet in dit land waar de armoede hoogtij viert.

85Even verder zien we een persoon in een uitgeholde boomstam uit het mangrovebos komen. Wat een verschil.
De vakantie zit er weer op en gaan met de taxi naar Mombasa-Airport vandaar vliegen we naar Nairobi en dan terug naar Amsterdam. We lopen naar de gate en voor mij loopt een jongeman met een reusachtig pakket, verpakt in bruin karton en dichtgebonden met sisaltouw. Dat moet een houten giraffe zijn. In gedachte hoor ik nog: “real ebony wood Sir…..

87

GJ

Pagina's

  • Kapas Turtle Valley
  • Mijn foto pagina’s
  • Vakantie 2009
  • De naam
  • H.J. Waleson
  • E.M. de Bruijn-ter Denge Memorial Fund
  • Dr. J.H. de Bruijnprijs 2009 (reglement)
  • Dr. J.H. Bruijnprijs 2004
  • Reis naar de A-B-C- eilanden
  • Reisverslag Kenya
  • Reisverslag Maleisie 2005 (under construction)
  • Reisverslag Maleisie 2006
  • Hr.Ms. De Ruyter C-801 (11-5-64 - 29-7-66)
  • Wij waren toch helden!!!
De aarde heeft voldoende om ons te voorzien in onze behoefte maar niet in onze begeerte.

LAATSTE NIEUWS!!!!

Geen!!!

Links

  • Machinisten Marine
  • Marco & Marjolijn in Azie
  • Mijn foto album
  • Sri Lanka travel.
  • Vakantie in Maleisie
  • Vera Weblog
  • Weblog Justin en Jari

Recent Entries

  • Beste bezoeker!
  • Random Selection of Posts

    • Beste bezoeker!
© 2008 is proudly powered by WordPress
Theme designing by Mark Hoodia