“De lange reis van de poesaka”

Door Simone Berger,

Op zondagmiddag 3 februari hebben Armando Ello en ik in het OBA-theater in Amsterdam ons gezamenlijke boek gepresenteerd ‘De lange reis van de Poesaka – Indische tastbare herinneringen’. In een vol theater hebben wij de 260 genodigden meegenomen tijdens een ruim anderhalf uur durend programma op de lange reis van diverse poesaka’s. De drieëndertig geïnterviewde personen in ons boek waren in grote getale aanwezig met hun familieleden en vrienden. Samen met hun kinderen, kleinkinderen en soms achterkleinkinderen hebben 135 personen meegewerkt aan dit boek en de fotoshoots met diverse generaties. Van de geïnterviewde personen waren er ruim tien de 80 jaar gepasseerd en zes personen zelfs de 90 jaar. Erna Smith die ons voor dit boek inspireerde was met 97 jaar de oudste deelneemsters en Yuki Woffers, kleindochter van Marion Bloem, was tijdens de fotoshoot een paar maanden oud en de jongste deelneemster.

“DE LANGE REIS VAN DE POESAKA”

Het boek ‘De lange reis van de Poesaka’ is niet alleen een boek vol verhalen. Het is een thema waar we velen mee hopen te inspireren en stimuleren op zoek te gaan naar hun familiegeschiedenis en zich bewust te maken van de verhalen achter de meegekomen voorwerpen uit het land van hun (groot)ouders waar hun roots liggen. Tijdens de komende maanden willen we ‘podium geven’ aan degenen die hun verhaal willen delen met anderen. Waardoor je kennis, historisch kader en het onderling begrip vergroot kan worden en je wellicht meer invulling kan geven aan je eigen familiegeschiedenis. Ook dit jaar verheugen wij ons op samenwerkingen met de Tong Tong Fair en het Indische Herinneringscentrum.

Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië

Het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië 1819-1848

In Nederland is het vanzelfsprekend dat de Hoge Raad der Nederlanden als onafhankelijk opperste rechtscollege waakt over de rechtspraak. Bestond een dergelijk college ook in Nederlands-Indië? Het antwoord bleek: Ja! Maar aan welke regelingen was dat onderworpen? Was het onafhankelijk van het Indische bestuur? Hoe was de verhouding met het gouvernement? Welk recht paste het toe? Welke bevolkingsgroepen vielen onder zijn gezag? Wie waren de presidenten, wie de rechters? Waar zetelde dat college? Oud-rechter Kees Briët onderzocht deze vragen met het doel een portret samen te stellen van het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, de opperste rechtbank in het Nederlandse koloniale rijk in de Indische archipel. Hij deed dat voor de periode vanaf de oprichting in 1819 tot de invoering van gecodificeerde wetgeving in Nederlands-Indië in 1848, een periode die in de rechtsgeschiedenis van de kolonie onderbelicht was gebleven. In dit boek doet hij verslag van de resultaten van uitvoerig onderzoek in de besluiten van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië en de literatuur naar antwoorden op de genoemde vragen. Het boek is zowel van belang voor rechtshistorici en juristen met belangstelling voor koloniale rechtsgeschiedenis, als ook voor iedereen die zich interesseert in de geschiedenis van Indonesië onder Nederlandse overheersing in de eerste helft van de 19de eeuw.